Bijkomende middelen voor extra plaatsen in het basisonderwijs

15 steden en gemeenten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest krijgen van 2016 tot en met 2018 bijkomende middelen voor  extra plaatsen voor kinderen in het basisonderwijs. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits past een nieuwe werkwijze toe bij de verdeling van capaciteitsmiddelen, conform de krachtlijnen van het Masterplan Scholenbouw. Aan de basis van die verdeling ligt de capaciteitsmonitor schoolinfrastructuur die de vraag- en de aanbodzijde in het leerplichtonderwijs in kaart heeft gebracht. Dankzij deze vernieuwde aanpak ontvangen steden en gemeenten middelen voor een periode van 3 jaar. Ze kunnen daardoor samen met de lokale onderwijsverstrekkers een langetermijnvisie en meerjarenplanning opstellen.

Sinds 2010 maakt de Vlaamse Regering specifieke middelen vrij voor extra plaatsen in de basisscholen in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die middelen komen bovenop de reguliere investeringen in schoolinfrastructuur en het privaat-publieke scholenbouwprogramma Scholen van Morgen. Tot nu werden er elk jaar opnieuw capaciteitsmiddelen eerder ad hoc verdeeld.

Meerjarenplanning : eenvoudig en efficiënt

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits past voortaan een nieuwe werkwijze toe die overeenstemt met de krachtlijnen van het Masterplan Scholenbouw dat door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd. De verdeling van de capaciteitsmiddelen voor het basisonderwijs wordt toegekend voor een periode van 3 jaar, van 2016 tot en met 2018. De klemtoon blijft op het basisonderwijs liggen, maar de realisatie van een capaciteitsproject in het secundair onderwijs behoort ook tot de mogelijkheden. Het is de lokale taskforce capaciteit die bepaalt welke capaciteitsprojecten middelen zullen ontvangen. 

Sinds kort beschikt minister Crevits over meer accurate gegevens zowel m.b.t. de vraagzijde als de aanbodzijde en dus ook over het tekort aan plaatsen in de basisscholen in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De gegevens staan onder andere in de capaciteitsmonitor schoolinfrastructuur leerplichtonderwijs. Die monitor bevat een wetenschappelijk onderbouwde methodiek om een vergelijking te maken tussen de vraag- en de aanbodzijde. Steden en gemeenten, waarvan nog geen werkelijke lokaal gevalideerde gegevens beschikbaar waren, hebben intussen de vraag gekregen en de kans gehad om het capaciteitsaanbod van alle scholen op hun grondgebied concreet in kaart te brengen.

15 steden en gemeenten en het Brussels hoofdstedelijk Gewest krijgen middelen in de periode 2016-2018

Op basis van de beschikbare gegevens (vraag- en aanbodzijde) heeft minister Crevits beslist om de steden en gemeenten die tegen 2020-2021 minimum 100 plaatsen te kort hebben in het gewoon basisonderwijs extra capaciteitsmiddelen toe te kennen. Concreet gaat het om 15 steden en gemeenten en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gedurende 3 jaar gaat er jaarlijks 40 miljoen euro naar de uitbreidingsdossiers in een eerste fase, met voldoende aandacht voor een evenwichtige spreiding van de bijkomende middelen tussen de verschillende onderwijsnetten.

Er blijft een belangrijke rol weggelegd voor het lokale niveau voor de opvolging van de meest dringende capaciteitsnoden. Het lokale niveau is het best in staat om te bepalen wanneer en op welke plaats concrete projecten worden gerealiseerd.

Nieuw is dat de steden en gemeenten eerst te horen krijgen hoeveel capaciteitsmiddelen ze ontvangen en op basis van de toegekende bedragen kunnen de lokale taskforces capaciteit concrete projecten selecteren en rangschikken. Dat is eenvoudiger en efficiënter.

Deze steden en gemeenten krijgen nu de opdracht om tegen midden april 2016 de selectie en rangschikking van de capaciteitsprojecten op hun grondgebied in kaart te brengen die men binnen afzienbare tijd kan realiseren.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “De toekenning van de capaciteitsmiddelen om extra plaatsen te creëren in specifieke gebieden gebeurt voortaan via een nieuwe methode: eenvoudiger en efficiënter. 15 steden en gemeenten en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn van 2016 tot en met 2018 verzekerd van middelen voor een periode van 3 jaar. Daardoor kunnen ze op langere termijn en doelgericht capaciteitsprojecten realiseren. We erkennen en maken gebruik van de lokale knowhow om de juiste keuzes te maken en we rekenen er op dat die keuzes binnen korte termijn gerealiseerd worden.”

Stand van uitvoering

Minister Crevits hamert er op dat de middelen voor de realisatie van extra plaatsen in de scholen ook efficiënt worden aangewend. In het voorjaar 2015 is er voor de eerste keer een analyse gemaakt wat er met de middelen die toegekend zijn tussen 2010 en 2014 effectief gebeurd is. Begin dit jaar is de analyse opnieuw gemaakt, nu voor de periode 2010-2015.

Positief is vooral dat er een duidelijke stijging is van het aantal volledig gerealiseerde projecten en een daling van nog niet opgestarte capaciteitsprojecten. Het aantal net opgestarte capaciteitsprojecten is lichtjes gedaald.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Uit de nieuwe analyse blijkt dat er stappen vooruit zijn gezet. Positief is vooral dat er een duidelijke stijging is van het aantal volledig gerealiseerde projecten en een daling van nog niet opgestarte capaciteitsprojecten. Het aantal net opgestarte capaciteitsprojecten is lichtjes gedaald. Samen met de lokale partners moeten we die richting verder uitgaan en ervoor zorgen dat de middelen die Vlaanderen ter beschikking stelt zo snel mogelijk voelbaar is op de schoolvloer.”

In bijlage vindt u de verdeling van de capaciteitsmiddelen voor de periode 2016-2018.

CD&V | Wetstraat 89 | 1040 Brussel