Griet Smaers pleit voor aantrekkelijk statuut student-ondernemer

Heel wat jongeren klussen bij als jobstudent. De werkervaring is niet alleen nuttig voor later, ze verdienen er ook een leuke – en soms broodnodige –  cent mee bij. Terwijl een jobstudent in loonverband werkt, kriebelt het bij meer en meer studenten om een zelfstandige activiteit te ontplooien. CD&V-Kamerlid Griet Smaers wijst echter op de belemmeringen: “De bestaande regeling is niet ondernemingsvriendelijk en moedigt studenten niet aan om als student al met een eigen zaak te starten. CD&V pleit vandaag in De Standaard daarom voor een eigen regime voor student-ondernemers dat kan concurreren met het statuut van een jobstudent.”. Smaers dient vandaag haar wetsvoorstel in.

Het aantal werkende studenten zit sterk in de lift. Voor veel studenten is bijverdienen een absolute must om bij te dragen in de kosten van de eigen studies en vrijetijdsbeleving. De jobstudent kan genieten van een zeer aantrekkelijk statuut. Door verminderde RSZ-bijdragen (2,71 % ten opzichte van 13,07 %) zijn ze interessant voor werkgevers en houden ze netto meer over. Dat staat in schril contrast met de sociale en fiscale behandeling die studenten krijgen wanneer deze een zelfstandige activiteit wensen uit te oefenen. “Als we studenten reeds tijdens hun studies willen laten proeven van het leven als zelfstandige, moet er een gelijk speelveld komen tussen het statuut van een studentenjob en dat van de student-ondernemer.”, vindt Smaers. “Door de bestaande belemmeringen weg te werken, kunnen we ondernemerschap stimuleren en meer jongeren op weg zetten naar het najagen van hun droom.”, licht het CD&V-parlementslid toe.
 
Een eigen sociaal en fiscaal statuut
Vandaag moet een student die een zelfstandige activiteit wil beginnen, dit doen als zelfstandige in hoofdberoep of op zijn uitdrukkelijke vraag in bijberoep. De zelfstandige in bijberoep wordt voor de eerste inkomstenschijf van € 1.439,42 vrijgesteld van sociale bijdragen. Nadien betaalt men de gewone bijdragevoet van 21,5 % . “Dit regime kan onmogelijk concurreren met het gunstige sociaal statuut van een jobstudent. Ons wetsvoorstel voorziet dat student-ondernemers in het nieuwe statuut geen bijdragen moeten betalen op de eerste inkomensschijf van € 6.505,33. Boven dat bedrag betalen zij de gewone bijdragevoet (21,5%)  tot de maximumgrens van € 13 010,66 is bereikt.”, legt Smaers uit. “Het statuut student-ondernemer kan alleen gebruikt worden tot de leeftijdsvoorwaarde van 25 jaar en enkel door de student die hoofdzakelijk en actief onderwijs volgt. Net als bij een jobstudent is de centrale doelstelling het behalen van een diploma, maar dan met een even aantrekkelijk statuut.”, licht Smaers toe.
 
Het wetsvoorstel stelt tevens dat het bedrag om te bepalen of de student-ondernemer al dan niet fiscaal ten laste is van de ouders, op hetzelfde niveau wordt gebracht als dat van een jobstudent. Tot slot voorziet de regeling ook in de opening van een recht op gezondheidszorg tegen bepaalde voorwaarden. Zo voorkomt men het vacuüm dat ontstaat wanneer de student geneeskundig niet meer ten laste van de ouders is, maar nog niet voldoende verdient om een eigen recht te openen. “Door de harmonisering van het sociale en fiscale luik creëren we een betere basis om als student-ondernemer aan de slag te gaan. Hopelijk verlagen we met dit wetsvoorstel de resterende drempels, verkennen meer studenten de wereld van het ondernemerschap en verhogen we het aantal start-ups.”, besluit Smaers.
 

CD&V | Wetstraat 89 | 1040 Brussel