Van energiedebat naar energiepact

Energie is een ‘hot topic’. Er is het gevaar op een black-out dat het land al maanden bezighoudt. En nu komt ook de factuur van het fout gelopen groene stroombeleid aan de oppervlakte. De kunstmatige bevriezing van de tarieven heeft dit probleem jaren gemaskeerd, maar keert nu onvermijdelijk terug. Toch is het belangrijk verder te kijken dan de problemen van vandaag of de factuur van gisteren.

Het voordeel van het debat dat vandaag woedt is dat iedereen zich nu bewust wordt van het belang van een sterk energiebeleid. Het momentum is er nu om iedereen mee te krijgen met de boodschap dat energie niet alleen groen en betaalbaar moet zijn, maar dat we er ook moeten voor zorgen om steeds genoeg energie te hebben.

Elektriciteit is een cruciale bouwsteen van onze samenleving en onze economie. Dat die altijd zo betrouwbare bouwsteen nu helemaal niet meer zo zeker is, is een schok voor velen. Nochtans is al langer duidelijk dat een doortastender energiebeleid absoluut noodzakelijk is.  Zo illustreerde Itinera eerder dit jaar nog dat de behoefte aan nieuwe elektriciteitsproductie tegen 2025 meer dan 13 000 MW zal bedragen. Investeerders laten ons land echter al jaren grotendeels links liggen, wegens te weinig investeringszekerheid. Daarom is er nu nood aan een breed gedragen energiepact, dat eindelijk terug de bakens op lange termijn uitzet.

Het energiepact moet een prioriteit zijn voor de volgende federale regering en alle deelstaten. Het staat alleszins ingeschreven in het Vlaamse en federale regeerakkoord. Een pact tussen overheden, producenten, leveranciers, netbeheerders, gezinnen, middenveld en bedrijven moet het vertrekpunt worden van een nieuw energiebeleid. Allen moeten ze achter deze consensus staan. Een consensus die keuzes inhoudt voor onze productie, netten en energiebehoeften. Argus, de milieudenktank van KBC, bevestigde in haar rapport “Energie van morgen”, het energiepact als enige aangewezen weg. Nederland is ons reeds voorgegaan met hun “Energieakkoord voor duurzame groei”. Ook Frankrijk wil tegen eind 2014 een visie en afgeronde wetgeving hebben over hun energietransitie. En Duitsland heeft haar Energiewende.

Elk land heeft echter zijn eigenheid als het over energie gaat. De vele groene commentatoren van de voorbije dagen wijzen telkens naar Duitsland als het lichtend voorbeeld. De Duitsers maken inderdaad werk van een versnelde kernuitstap. Maar de realiteit is dat de Duitse kerncentrales slechts voor 15% van de elektriciteitsproductie instonden. In ons land was kernenergie tot voor kort goed voor meer dan de helft van onze energiebehoefte. En dat de Duitsers in hun Energiewende ook vrij massaal terug het vervuilende maar spotgoedkope steen- en bruinkool zijn gaan gebruiken verzwijgen de ecologisten ook. We hebben nood aan een energiedebat en –beleid dat zonder taboes gaat voor zekere, betaalbare en duurzame energie. Dat lijkt evidenter dan het is.

CD&V organiseerde er in maart al een studiedag over en formuleerde toen al een aantal voorstellen die de basis kunnen vormen van het toekomstige energiepact.

De eerste prioriteit blijft betaalbaarheid van energie voor zowel de gezinnen als de bedrijven. Daarbij zijn nog een aantal rationalisaties mogelijk in de nettarieven, kan de aardgasfactuur naar omlaag en moeten we voorzichtig zijn met nieuwe, dure, investeringen zoals aardgasnetten tot in elke uithoek van het land of dure slimme meters. Er wordt meestal nogal zwaar geschoten op de nevenkosten van elektriciteit, maar 2/3 van de energiefactuur van een gemiddeld huishouden gaat wel naar de verwarming. Net daar zijn er grote besparingen haalbaar. De nieuwe Vlaamse regering zal hierop prioritair inzetten, net als op energiebesparing bij onze industrie en KMO’s. Ook vraagbeheersing heeft nog een groot potentieel, door op piekmomenten minder te verbruiken moeten er geen nieuwe dure centrales gebouwd worden voor een paar uur per jaar.

Kostenbeheersing zal een grote sleutel voor de betaalbaarheid zijn. Zo moeten we nieuwe technologieën pas in de markt zetten als ze rijp zijn. Liever geven we steun aan onderzoek en ontwikkeling en pilootprojecten die de technologieën competitief maken, dan massaal subsidies te geven voor technieken die enkele jaren later fors in kostprijs zakken. Geothermie kan bijvoorbeeld zo’n techniek zijn met heel wat potentieel. Daar moeten we op inzetten, zonder de fout van de overgesubsidieerde zonnepanelen te herhalen.

We pleiten ook voor meer energiediplomatie. België is te klein om alleen de pieken en dalen op te vangen in stroomaanbod en –vraag. Waarschijnlijk ook te klein om alle hernieuwbare energie, zeker na 2020, in eigen land te produceren. Binnen Europa een consensus bereiken is een lange weg. Waarom geen nieuw Benelux-initiatief, of samen met Nordrhein-Westfalen, zoals in het Vanguard-initiatief, voor een gezamenlijk netwerk en energiebeheer? Net over de grens staan er Nederlandse gloednieuwe gascentrales met overcapaciteit. Waarom deze niet inbinden in het Belgische net? Samen zullen onze overheden de noodzakelijke hoogspanningslijnen moeten mogelijk maken die ons kunnen verbinden met de rest van Europa.

En hoe dan ook zal nieuwe productiecapaciteit noodzakelijk zijn in ons land. Elke overheid moet een inspanning leveren om investeerders in energieproductie rechtszekerheid te bieden. De deelstaten moeten zorgen voor zoveel mogelijk energiebesparing en hernieuwbare energieproductie. De federale overheid moet, na een analyse van het huidige productiepark, nagaan hoeveel nieuwe conventionele capaciteit er wanneer nodig is. Flexibele centrales, die kunnen inspelen op de wisselende productie vanuit zon en wind moeten daarbij een prioriteit zijn. Naast gascentrales kunnen ook grootschalige en duurzame biomassaprojecten hier een rol spelen. Meer hernieuwbare energie is noodzakelijk. En daar moeten niet eens subsidies aan te pas komen. Het voorbeeld van de provincie Antwerpen die via een groepsaankoop 3332 gezinnen kon overtuigen om perfect rendabele zonnepanelen te installeren zonder één euro subsidie verdient navolging.

Wat zeker duidelijk is, is dat een nieuwe kerncentrale op dit moment technisch, financieel en maatschappelijk niet de beste keuze is. Dat leren ons tal van buitenlandse voorbeelden. In Frankrijk en Finland lopen bouwprojecten enorme vertraging op en zijn de kosten meer dan het dubbele van wat geraamd werd. In Engeland wordt de bouw van een nieuwe kerncentrale mogelijk gemaakt met staatssteun die kan oplopen tot maar liefst 17,6 miljard euro. Zo’n scenario kan en mag bij ons niet aan de orde zijn.

De nieuwe ministers van energie staan voor een grote uitdaging. Een breed gedragen energiepact, met een lange termijnvisie zodat investeringszekerheid kan geboden worden, is cruciaal om ervoor te zorgen dat we in de komende winters niet meer ongerust moeten zijn over de vraag of vanavond de lamp zal branden. Als we tegelijk niet meer in de val van de oversubsidiëring trappen, zal er goed werk geleverd zijn.

Robrecht Bothuyne                                                                  Leen Dierick   

Vlaams volksvertegenwoordiger                                             Federaal volksvertegenwoordiger

CD&V | Wetstraat 89 | 1040 Brussel